Onze evenementen

Feestdagen 2021

MAHÁSHIVRÁTRI

BRON              :  DE VIJF JUWELEN VAN HET HINDOEÏSME DEEL 2

ONDERWERP :  MAHÁSHIVRÁTRI

DATUM           : 28 FEBRUARI/ 1 MAART 2022

 

Op de veertiende dag van de donkere helft van de maand phagun (februari/maart) wordt het Maháshivrátri feest gevierd. Maháshivrátri wordt in ons land door belijders van de sanátan dharm gevierd. Behalve dat men dit feest thuis viert, worden er ook in de mandirs (tempels) diensten gehouden ter ere van het goddelijk aspect Shiva.

Waarom wordt Shivrátri ’s avonds gevierd en het liefst tijdens de donkere avond?  Duisternis is het symbool van de dood en Shiva is het vernietigende aspect van God. Hij is de ontnemer en tevens de kiem van alles. Hij is het symbool van de dood en ook van de voortplanting. Bij de dood staat alles stil en bij de voortplanting begint alles weer te bewegen. De nacht symboliseert dan ook het tijdelijk stilstaan van alles. Speciaal aan Shiva is gewijd de nacht van de veertiende dag (caturdasi) van de donkere maandhelft (krishna-paksha) van elke hindoemaand. Aangezien phalgun de laatste hindoe-maand van het jaar is, de maand dus waar in het jaar “vernietigd” wordt om het aanzijn aan een nieuwe jaar te geven., is de Shivrátri van deze maand “Maháshivrátri”.

Op het plaatje van Shiva zien wij achtereenvolgens in het midden Shiva en links van hem zijn gemalin Párvati. Zij heeft haar zoon Ganesha op haar schoot. Naast Ganesha staat Hanumán, de elfde incarnatie van Shiva. Rechts van Shiva staat de andere zoon van hem, Kártikeya met zes hoofden, hetgeen een aspect van God met verschillende namen voorstelt. Verder zien wij onderaan het plaatje een stier en een leeuw, rechtsboven de pauw, om de hals van Shiva een cobraslang en linksboven zien wij een muis. Deze dieren hebben een symbolische betekenis. Als de leeuw de stier vindt, dan verscheurt hij hem. De slang eet de muis op. Dit duidt allemaal op tegenstellingen en meningsverschillen. Deze zullen er in het leven altijd zijn, maar Shiva zorgt ervoor dat alles in evenwicht blijft.

 

Niet alleen in de natuur, maar ook onder de mensen. Shiva leert ons om een ieders mening te respecteren m.a.w. hij is het symbool van liefde en gelijkheid; een ieder krijgt bij Shiva een gelijke behandeling. Hij beschikt over het vermogen om alle tegenstellingen steeds in evenwicht met elkaar te brengen, waardoor men in harmonie en vrede met elkaar kan leven, zoals vrede in het gezin, vrede in de naaste omgeving, vrede in het land en vrede in de wereld.

Zie foto.

Volgens het hindoeisme is het heelal niet alleen opgebouwd uit vijf oerelementen (aarde, lucht, water, vuur en ether); maar ook samengesteld uit drie guna’s (oereigenschappen), die in diverse mengvormen in het heelal aanwezig zijn. Deze zijn: satva-, raja- en tamoguna. Deze drie oereigenschappen beheersen het doen en laten van al het levende dat geschapen is, zoals mensen, dieren, planten maar ook de goddelijke aspecten en demonen.

 Kenmerken van satvaguna’s zijn: evenwichtigheid; het bezitten van het onderscheidingsvermogen van wat goed of kwaad is; plichtsbetrachting; liefde tot de waarheid; medelijden hebben met de mens; naastenliefde; dienstbaarheid; gewetensbezwaar hebben; enzovoorts.

 Kenmerken van rajoguna’s zijn: wellust; begeerte; twist; trots; hoogmoed; zintuigelijk genot; ruzie’s uitlokken; machtsvertoon en agressieve daden; hebzucht; materialistisch van aard; enzovoorts.

 Kenmerken van tamoguna’s zijn: woede; hebzucht; liegen; wreedheid; twistziekte; verblinding; neerslachtigheid; enzovoorts. Een ieder heeft deze eigenschappen in combinatie, waarbij een de overhand heeft en dat bepaald hoe iemand qua karakter zal worden.

 

Een voorbeeld van satvaguna is de koe, die gras eet en ons melk geeft. Een voorbeeld vanrajoguna is de leeuw, die een ander verscheurt. De slang en de muis behoren tot de tamoguna. Over Shiva is er veel in de Shivapurán (een heilig geschrift) geschreven, en één van de verhalen luidt als volgt:

Een jager werd een avond vóór Maháshivrátri in een Shiva tempel opgesloten, omdat hij zijn schulden niet had afgelost. Tijdens de dienst hoorde deze jager hoe men moest vasten op de dag van de Maháshivrátri. De volgende morgen beloofde de jager zijn schuld te zullen aflossen. Hij ging op jacht en toen de avond viel, klom hij in een ՙ bilva of bél ’(bosappel) boom en ging op een tak zitten. Hij had die dag niets gegeten en liet zonder er bij na te denken bladeren op de grond vallen. Toevallig lag er onder de boom een ‛Shiv linga’ (een ovaalvormig steentje ,zie plaatje).

 

De ՙ linga ’ is het symbool van het goddelijk aspekt Brahmá en het heelal. Deze avond kwamen er achtereenvolgens drie herten bij de jager, maar uit medelijden doodde hij die niet. De drie herten beloofden wederom terug te komen ,nadat ze van hun familie afscheid hadden genomen.

 Omdat de jager de hele avond niets gegeten had  en onbewust wat bladeren voor Shiva had geofferd,werd zijn hart rein. Hij besloot toen om niet meer te doden. Uit dit verhaal leert men medelijden met een ander te hebben en de belofte na te komen .

 Het einddoel van het leven is de fase van mukti te bereiken (verlossing van geboren worden en sterven),maar ook om geluk en welzijn in dit leven na te streven. En om dit te bereiken, moet men tot Shiva bidden.

De drie goddelijke aspekten zijn :Brahmá, de scheppende kracht; Vishnu, de onderhoudende kracht en Shiva de vernietigende kracht van al het kwade. Deze drie goddelijke aspekten vormen in het hindoeïsme de drie-eenheid.Shiva heeft een dubbele functie ,die vernietigt al het slechte en tegelijkertijd schept hij iets nieuws.

 

Shiva is in de gedachten en handelen van mensen, die bezig zijn een nieuw wereld te bouwen op de brokstukken van het kwaad of op het verval van de oude wereld.Shiva heeft verschillende namen zoals: Máhádeva(betekent de grote God) Nilkantha betekent de blauwhalzige. Hoe komt Shiva aan de naam Nilkantha? Tijdens het karnen van de oceaan kwam haláhal vish(het wereldgif) naar boven, dat al het leven dreigde te vernietigen. Het was Shiva, die toen dit vergif innam en   het in zijn keel bewaarde, die daardoor blauw uitsloeg. Shiva is een voorbeeld van vastberadenheid. Zijn voorbeeld moet men zeker volgen. Shiva wordt soms afgebeeld als half man, half vrouw als symbool van twee-eenheid.

Wat moet de gelovige op deze dag doen en waarom wordt dit feest ’s avonds gevierd ?

Duisternis is het symbool van het kwaad en Shiva vernietigt al het kwade. Het licht is het symbool van het goede. De strijd tussen goed en kwaad is er altijd geweest. Maháshivrátri wordt door de hindoes en in het bijzonder door de belijders van de sanátan dharma als de meest heilige dag beschouwd. Op deze dag houdt men zichzelf, zijn huis en omgeving bijzonder schoon. De niet- vegetariërs leven een aantal dagen vooraf vegetarisch. Op de dag van Maháshivrátri dient men te vasten van zes uur v.m. tot de volgende ochtend zes uur (vrata houden).

 Er mag geen gekookt voedsel genuttigd worden en als het kan zelfs geen vruchten of melk. Indien mogelijk kan men gedurende deze avond wakker blijven (jágaran,nachtwake). De nacht wordt in vier pahars verdeeld. Elke pahar bestaat uit drie uren.

Wie daartoe in staat is, mag gedurende de gehele avond tot Shiva bidden. Wie dat niet kan, mag één pahar, dat is van zes uur n.m. tot negen uur n.m. bidden. Door te vasten en te bidden wordt onze geest gezuiverd. Het licht(Jyotir linga), dat Shiva zelf is, straalt uit over alle mensen, die zich bewust worden van het feit , dat ze allen deelgenoot zijn van datzelfde Licht en alszodanig kinderen van één vader zijn (vasudhaiva kutumbakam).

In de bijbel staat ook: “Dan zal ik denken aan het verbond tussen Mij en u, alle levende wezen op aarde”. (Gen.1:16). De grote dichter Goswámi Tulsidás zegt in de Rámáyana : “Wij zijn een sprankje van Hem (Shiva)”. Shiva betekent dan ook ‘leven’. Als we de ‘ie’ klank weglaten dan wordt het ‘shav’ hetgeen betekent het ontzielde lichaam. Het bewustzijn moet mensen de gelofte doen om zich volledig te wijden aan de bevordering van welvaart, vrede, mede, aan de zaak van sociale rechtvaardigheid en van de menselijke waardigheid.

 

De attributen van Shiva 

De trishul (drietand) is een wapen waarmee Shiva de kwaaddoeners vernietigt. Het woord trishul is afgeleid van tri dat ‘drie’ betekent en shul dat ‘leed’ betekent. De trishul beeldt drie soorten van leed uit die men de medemens kan toebrengen, namelijk:

1.Ádhyátmik,dit is lichamelijk leed veroorzaakt door de zintuigen.

2.Ádhibhautik,dat is leed veroorzaakt door de medemens, dieren en insekten

3.Ádhidaivik,dat is leed veroorzaakt door natuurrampen: regen, droogte en vulkanische uitbarstingen. Wie tot Shiva bidt, wordt hiertegen beschermd.

 

 

 

 

 

Damrú(kleine trom).

De damrú is een trommetje in de vorm van een zandloper; in het midden zijn twee slierten bevestigd met aan het einde van elke sliert een bolletje. Deze trommel wordt bespeeld door het hard heen en weer te schudden om zo geluiden voort te brengen. Het beeld van Shiva Natrája(koning van de dans) is hierbij beroemd.het geluid van de damrú symboliseert waakzaamheid; de mens moet  wakker blijven en steeds voorbereid zijn op problemen. De damrú hangt altijd bij de trishul.

 

 

 

 

 

 

Gangá en jatá(haarknoet).

De Gangá en de jatá van Shiva zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Ganga wordt afgebeelde met een fonteintje boven het hoofd van Shiva en dat duidt de heilige stroom, de heilige rivier in India. Shiv heeft de losgebarsten stortbui opgevangen op zijn haarknoet en via één haar al het water over aarde laten stromen. Dit betekent dat alles in beweging is, ook de dingen die stil lijken zoals de aarde, die niet alleen in 24 uur om haar as draait, maar ook nog in een jaar om de zon. Het water is het symbool van het leven, want zonder water is het leven op aarde onmogelijk. Het leven moet zoals het stromend water zijn voortgang vinden. De jatá is de bron of de wortel.

 Als de ganges in een vaart uit de hemel naar beneden valt, vindt het zijn rustplaats in de jatá van Shiva, die voorkomt dat het water vernielingen aanbrengt. Ook de mensen zullen pas rust vinden als zij de wortel, de bron van alles dat God is, hebben mukti(verlossing ) te krijgen.

 

 

Tripundra (de drie liggende strepen van as op het voor hoofd van Shiva)

Pundra betekent de witte lotus. De kamal (lotus) is een bloem die in het water staat, maar nooit nat wordt. Symbolisch betekent tripundra dan ook dat de mens onder zeer moeilijke omstandigheden zijn verstand dient te gebruiken en niet zomaar door anderen laten beinvloeden.

 

 

 

Nága (de slang)

Shiva draagt een giftige, kronkelende slang om zijn nek. Dit is het symbool voor oneindigheid; het symbool van de dood. Aan alles komt er een einde.

 

Halve maan

De halve maan op Shiva’s hoofd symboliseert de oneindigheid van God met andere woorden: hij is volmaakt. Maar de mens is vol tekortkomingen. Het menselijk lichaam is opgebouwd uit vijf oerelementen namelijk; ether, lucht, vuur, water en aarde; de halvemaan stelt ook het vuur voor.

 

 

 

 

 

 

 

Blauwe hals.

De blauwe hals van Shiva betekent dat hij offers voor de medemens heeft gebracht door vergif in te nemen en dat in zijn keel te bewaren. Door dit vergif sloeg de hals van Shiva blauw om. Vandaar de naam Nilkantha, de blauwhalzige.

 

Het derde oog.

Dit is het geestelijke oog van Shiva. De twee andere zijn de materiële ogen. Shiva transformeert de schepping met zijn derde oog. Met het derde oog kunnen wij dus niet alleen het oneindige aanschouwen, maar ook het leven erin.

 

Herten-of tijgervel.

Terwijl de andere manifestaties van de Almachtige uitgebeeld worden in mooie gewaden,is Shiva getooid in hertevellen. Dit symboliseert dat God de waarheid en de wereld een leugen is. De wereld is niet echt. Het ‛mrigtrisna’ (hertevel) betekent ‛hallucinatie’ en stelt een kleed voor dat over de waarheid ligt. Dit betekent dat we gehecht zijn aan het aardse leven oftewel máyá. Wij moeten door het hertevel heen met het derde oog kijken om God (de essentie) te zien.

 

vibhúti (as).

Shiva smeert vibhúti (as) op zijn lichaam. De as is het omhulsel van het leven zelf. Binnenin dit omhulsel huist de waarheid, de ziel. Als iemand overlijdt, wordt slechts het omhulsel gecremeerd en gereduceerd tot as. Die as vinden we op het lichaam van Shiva. Letterlijk symboliseert de as het volgende:”uit stof zijn we geboren en tot stof zullen we wedekeren”.

 

Nandi (de witte stier).

De nandi(dierlijk symbool van de vruchtbaarheid) geldt als het rijdier van Shiva. Shiva laat zich door Nandi oftewel de Dharma dragen. Dharma geeft raamwerk en richting waarin wij ons geestelijk kunnen verheffen(ontwikkelen). Dharma is datgene wat wij in ons dragen tevens datgene wat ons draagt.

 

Nataráj oftewel het beeld van Shiva als Nataráj .

In zijn ene hand heeft Shiva een damrú(trom), dit is het symbool van de schepping en in zijn tweede hand heeft hij een masál(een brandend toorts of vlam),betekent het symbool van de vernietiging, want het leven is een aaneenschakeling van geboorte en dood. De mens zal deze kringloop van schepping en vernietiging alleen maar kunnen doorbreken als hij een rein leven leidt en zijn toevlucht tot Shiva neem. Onder de rechtervoet van Shiva ligt de grote demon Andhakásur in de verdrukking. Hij is het zinnebeeld van de grote zwakheden van de mens: káma (verlangen), krodh (boosheid),lobh(hebzucht), moha(gehechtheid), mada(bedrog) matsara(jaloezie). Wie deze zwakheden overwint, komt dicht bij de Almachtige(God), en is in staat de vicieuze cirkel van geboorte en dood te doorbreken. Dat wordt uitgedrukt door het enigszins opgeheven linkerbeen van Shiva. De dans die Shiva uitvoert, is de eeuwige dans van de energie van het leven.

 Volgens deze visie is de ononderbroken stroom van energie de basis van het leven, die een oneindige variatie van levensvormen heeft. Leven is beweging, verandering, elk moment opnieuw.

 Shiva staat op een bloembed van lotus, uitgedrukt als hridaya-kamal(het lotus hart van de mens), die draait als Shiva danst, met zestien bloembladen, oftewel zestien stralen van bewustzijn. Verder heeft hij aan zijn rechteroor een oorbel van een man en aan het linkeroor een oorbel van een vrouw. Dit symboliseert het principe van de eenheid van een man en vrouw. De jatá(aaneenklevende haar) als symbool van kennis, de slang rond zijn nek is weergave van de transmigratie van de ziel. De dans met de damrú vindt in ieders hart plaats. Om Shiva heen is een cirkel. Bij de draaiende beweging van de dans is het alsof de aarde om haar as draait.